Cantuccini (biscotti di Prato)
Ingrediënten
personen
4
Selecteer ingrediënten om deze te kopiëren naar je boodschappenlijstje
Toen ik dit Italiaanse koekje voor het eerst at, dacht ik dat het oud was geworden. Hard en droog, wie wil dat? Maar ik at door, en de smaak bleek zo verfijnd dat ik me afvroeg of dit soms zo hoorde. Tegenwoordig weet ik beter. Cantuccini, of biscotti di Prato, eet je niet alleen. Je doopt ze in vin santo, espresso of een stevige koffie, en dan valt alles op zijn plek. Zelfrijzend bakmeel, bruine basterdsuiker, eieren, zout, hele amandelen en pistachenoten. In iets meer dan een uur twice-baked koekjes waar je je vingers bij aflikt. Hard is niet het goede woord. Krokant, dat is het. En eenmaal gedoopt veranderen ze in iets waar je niet mee kunt stoppen.
Zo gaan we te werk:
- Verwarm de oven voor op 160 graden. Rasp de schil van de sinaasappel.
- Doe de meel, zout en suiker in een kom en roer dit kort door.
- Roer de eieren, vanille, amaretto, sinaasappelrasp even apart goed door elkaar en voeg daarna toe aan het meel met de suiker. Mix met een mixer met deeghaken. Met de hand is het niet te doen, want het is een heel erg plakkerig deeg, dus hou daar rekening mee. Doe als laatste de noten toe en mix nog even goed door elkaar, zodat de noten mooi verdeeld zijn door het deeg.
- Stort nu het deeg op een bakplaat met bakpapier. Maak je handen nat met koud water en maak van het deeg een langwerpige deegstaaf. Ik doe dat schuin over de bakplaat heen, zodat ik de staaf zo lang mogelijk kan maken.
- Nu mag de bakplaat voor 30 minuten in de oven.
- Haal na die 30 minuten de staaf uit de oven en snij deze in plakken van ongeveer 2 cm dik. Ik snij de plakken schuin af, omdat ik dat het mooiste vind.
- Plaats de plakjes plat en naast elkaar op de bakplaat terug en bak deze nog 10 minuten verder. Tot ze allemaal een mooi goudbruin randje hebben.
Reacties
Log in om een reactie te plaatsen.

Nog geen reacties.